Wat wil dit eigenlijk zeggen, gezegend zijn? Gezegend met jaren, gezegend met kinderen, gezegend met gezondheid, noem maar op. Maar is dat altijd iets dat ons in de schoot valt, iets wat ons “toekomt”, of omvat het toch wat meer?
Gezegend worden houdt een opdracht in. Het goede gebeurt niet vanzelf. We moeten ons hiervoor inspannen. Ook in de bergrede geeft Matteüs duidelijk aan dat het Rijk Gods niet vanzelf komt. Het is soms afzien, ploeteren. Het werk dat we doen, de opdracht die we uitvoeren, vloeit voort uit de belofte dat het van God afhangt. Zegenen is dan evenzeer een geloofsbelijdenis. We hebben God nodig om zijn Rijk te realiseren. Een zegen houdt de belofte in dat het goed komt. Door te zegenen ritualiseren we ons geloof dat het goed komt, ondanks. Door te zegenen geven we ook onze zorgen en lasten uit handen. Het is een loslaten, het niet krampachtig vasthouden aan het idee dat we alles zelf moeten en kunnen doen. We mogen op elkaar een beroep doen. We mogen op elkaar en op God steunen.
Klik hier om de volledige tekst te lezen.
Ontdek meer van samenspraak
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
