Herstel mijn Kerk

Overweging uitgesproken in het zesde bronmoment rond roeping
zaterdag 30 mei 2026

Giovanni di Pietro Bernardone, Franciscus

Giovanni di Pietro Bernardone zag het levenslicht in 1181 of 1182 in het Italiaans Assisi. Zijn vader was lakenhandelaar en bevond zich toen in Frankrijk voor zaken. Bij diens thuiskomst zou hij de baby Francesco, Fransman, genoemd hebben, met verwijzing naar zijn verblijf in Frankrijk. In ieder geval zal Giovanni als Franciscus van Assisi bekend worden, en blijvend herinnerd.

Franciscus groeide op in een welgesteld gezin. Hij was geen doetje, maar of hij een wildebras was, zoals zijn eerste biograaf schreef, is twijfelachtig. Hij was eerder creatief en fijngevoelig. Af en toe deed hij zich voor als een minnezanger of troubadour. Hij streefde er ook naar om als ridder geslagen te worden. Niet verwonderlijk, het was de ambitie van elke welgestelde jongeman, in een tijd waar oorlog steeds om de hoek loerde. Als kind en tiener groeide hij op tegen de achtergrond van de derde (1189-1192) en de vierde kruistocht (1202-1204).[1]

Franciscus stierf op 03 oktober 1226, 800 jaar geleden dus. Hij was toen 44 jaar. Zijn ascese en gekozen ontbering hadden zijn lichaam ondermijnd. Reeds twee jaar later, op 16 juli 1228 werd hij heilig verklaard. Het kon toen nog snel gaan. Robert Schuman zal een beetje meer geduld moeten oefenen – als het er al ooit van komt.

Roeping van Franciscus

Voor de buitenwereld lijkt het dikwijls alsof een roeping – net zoals elke andere levensbeslissing – van de ene op de andere dag een feit is. Logisch ook, de beslissing veruitwendigt zich pas als ze genomen is. De afwegingen, desgevallend de worsteling die eraan vooraf gaan echter, blijven dikwijls op de achtergrond, onzichtbaar. Ook de roeping van Franciscus verliep stapsgewijs, met horten en stoten. We kunnen er een drietal sleutelervaringen in onderscheiden: gevangenschap in Perugia, de ontmoeting met de melaatse en de kerk van San Damiano.

Franciscus gevangen in Perugia

Toen hij 20 jaar was, nam Franciscus deel aan de veldslag tussen zijn geboortestad Assisi en Perugia. Jammer voor Assisi, maar Perugia won de veldslag en Franciscus werd krijgsgevangen genomen. De vrijlating, door zijn vader afgekocht, na een jaar van gevangenschap bracht voor Franciscus niet direct vreugde. Hij werd zwaar ziek. Vermoedelijk voelde hij zich uitgesloten van de wereld om hem heen, zag hij zijn dromen uiteen spatten. In ieder geval was er genoeg tijd om te piekeren. De vraag wat de zin was van zijn leven, zal niet ver weg geweest zijn. Het is een eerste stap in zijn ommekeer. Had hij toen al een glimp opgevangen van het licht en de goede weg door Gods woord?

Franciscus en de melaatse

De roepstem van God was blijkbaar niet sterk genoeg, want in 1205 sluit hij zich alsnog aan bij een expeditie tegen Apulië. Tijdens de expeditie voelt hij zich verzwakt en gaat rusten. Daar krijgt hij het inzicht – een droom – dat hij terug moet naar Assisi om te vernemen wat zijn uiteindelijke bestemming zal zijn. Toch duurt het nog even voor het duidelijk wordt wat hem te doen staat. Af en toe gaat hij nog wel feesten, maar meestal brengt hij zijn dagen door in zijn eentje.

Op één van zijn “zwerftochten” komt hij een melaatse tegen. De normale reactie zou er een zijn van afstand nemen en houden – melaatsen waren in die tijd immers letterlijk levende doden. Deze keer echter niet. Franciscus stapt van zijn paard en gaat de melaatse tegemoet, en kust diens hand. Het zorgt voor een ommekeer. Het inzicht te kiezen voor de zwakkeren en verdrukten in de maatschappij staat hem helder voor ogen. Heeft zijn eigen ervaring als zieke uitgesloten te zijn van het dagelijks reilen en zeilen in de wereld hierin een rol gespeeld? Had hij in het evangelie gelezen over de genezing van de melaatse? Had hij doorheen het woord van de stem een glimp opgevangen van de vrede die schuilgaat in Jezus’ naam?

Franciscus en het kruis van San Damiano

Het kerkje van San Damiano oefent op Franciscus een aantrekkingskracht uit. Hij gaat er regelmatig bidden. In gebed verzonken hoort hij een stem die hem zegt: “Herstel mijn kerk, ze is immers in verval geraakt.” Het kerkje was bouwvallig en diende inderdaad opgekalefaterd. Om aan de nodige middelen te geraken, verkocht hij stiekem lakengoed van zijn vader. Toen zijn vader dit ontdekte werd deze woedend. Het kwam tot een proces tegen zijn zoon. En het is daar dat Franciscus zijn kleren uitdoet, ze teruggeeft aan zijn vader, afstand doet van zijn bezit en zijn erfenis en zegt: “voortaan zeg ik alleen nog, Onze Vader die in de hemel is, en niet meer vader Pietro di Bernardone”.

Franciscus gaat door met het fysieke herstel van de kerk van San Damiano, en in de periode 1206-1208 herstelt hij ook nog de kerken Santa Maria degli Angeli en San Pietro della Spina, allebei vlakbij Assisi. Maar ligt daar wel zijn roeping? Is dat wat God van hem verlangt? Als aannemer, metser en timmerman kerken restaureren? Begin 1208 zal het hem volledig duidelijk worden terwijl hij luistert naar het evangelie over de zending van de apostelen: neem geen reiszak, geen beurs, geen reservekleren voor onderweg. Het advies om licht te reizen vormt de kern van zijn roeping: hij wil het evangelie beleven door arm te zijn, door de wereld te trekken en mensen op te roepen tot bekering, kortom door Jezus radicaal na te volgen. Zo zal hij niet verloren gaan.

De eerste regel van de orde[2]

Het stukje dat ik nu vertel, heb ik niet zelf geschreven. Ik heb het van Anton de Wit, uit zijn boek Van klokken en klepels, dat dateert van 2011. Anton de Wit is momenteel hoofdredacteur van de Nederlandse krant Katholiek Nieuwsblad. De bijbelcitaten zijn echter in de NBV21-vertaling en niet zoals geciteerd in het boek van Anton de Wit.

Jezus antwoordde hem: ‘Als u volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat u bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zult u een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg Mij.’ (Mt 19, 21)

Hij zei tegen hen: ‘Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren. (Lc 9, 3)

Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. (Mt 16, 24)

“Ziehier de levenswijze en de regel die wij en allen die zich bij onze gemeenschap willen aansluiten dienen te volgen. Als je dus volmaakt wilt zijn, ga dan ten uitvoer brengen wat je gehoord hebt.”

Maar voor Franciscus was het genoeg om als Gods zoon en dochter herboren te worden en zijn levensgeest te ademen.

Roeping, twee afsluitende beschouwingen

Geroepen om te leven

We sluiten onze cyclus rond roepingen af. Abraham en David vertegenwoordigden twee mijlpalen uit het Jodendom. Met Maria, de moeder van Jezus, en de tollenaar Zacheüs situeerden we ons in de eerste eeuw van onze jaartelling, en keken we met de bril van de evangelist Lucas. En dan waren er nog twee heiligen die ons zijn voorgegaan, Charles de Foucauld en Franciscus van Assisi. Heel verschillende figuren in heel verschillende tijden. En alle zes voelden ze zich geroepen.

Als er één zaak duidelijk is geworden, dan wel dit. Een roeping is een wisselwerking tussen de ander, de Ander, het andere en mezelf. Een roeping ontstaat niet in het luchtledige. Door een situatie, door een woord of een vraag van iemand, word ik als mens aangesproken. Aangesproken worden houdt de verwachting in om te reageren, om de vraag te beantwoorden – onverschilligheid is erger dan afkeer.

In het boek Wijsheid en geloof voor elke dag, staat op de datum van 17 januari volgende overweging van Henri Nouwen.

We moeten ons realiseren dat onze opdracht juist ligt in wie en waar we zijn. Ieder mens is geroepen tot datgene wat alleen hij of zij kan doen in deze concrete omstandigheden. Je zult je eigen roeping nooit ontdekken als je bezig blijft met de vraag of je het beter of slechter doet dan de anderen. Je bent goed genoeg om te doen waartoe je geroepen bent. Wees jezelf!

In zijn boek Geroepen om te leven staat Harold Kushner, die een tijdlang rabbijn was te Natick, Massachusettes in de tweede helft van vorige eeuw, stil bij de opdracht om te leven. Het is voor hem duidelijk dat de roep en opdracht voor het leven te kiezen van God komt.[3] De opdracht om te leven komt niet van onszelf. Het is ook niet toevallig dat we vooral in het Oude Testament God horen spreken. Het is een manier van verhalen die ons veel minder eigen is (geworden).

Geroepen worden is voor mij ten volle mens worden, door te kiezen voor het leven en door de goddelijke kern, die in ieder van ons aanwezig is, tot volle ontplooiing en bloei te laten komen. Het is een inzicht dat, wat mij betreft, gaandeweg werd en wordt uitgediept en verrijkt, ook nu nog. Ingaan op de oproep om te leven, is een levenslange opdracht, die elke dag concreet gestalte kan krijgen.

Herstel mijn kerk

“Herstel mijn kerk.” Het voelde voor Franciscus als een opdracht om kerkgebouwen te herstellen. Doorheen de fysieke arbeid van metsen en timmeren werd hem duidelijk dat het om meer ging dan een gebouw. Het ging om spiritualiteit en terugkeer naar de bron, terugkeer naar het begin.

“Herstel mijn kerk”. Het is een opdracht die aan ieder van ons kan worden gericht. Een opdracht aan onze gemeenschap. Aan welke kerk of kerkmodel denken we dan? Kan het voor ons ook een terugkeer zijn naar de bron, zonder de traditie te verloochenen. Of moeten we een stap uit de wereld zetten en kluizenaar worden. Is het tijd om soms te vluchten, zoals Frank Mulder onlangs schreef in een blogbericht, als medebezieler van de Karavaan der Zotten[4]. En wat moeten we aanvangen met het anatheïsme (een terugkeer naar God voor degenen die ernaar zoeken) en het apatheïsme (mensen hebben andere vragen dan religieuze) zoals Jan Loffeld, theoloog aan de Universiteit van Utrecht, het beschrijft. Wat is onze getuigenis waard in een omgeving waar het mens ogenschijnlijk aan niets ontbreekt, behalve aan God.[5] In ieder geval is naar de hemel blijven kijken geen optie, zo leert Lucas ons (cf. Hnd 1, 10-11: Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken?).

Misschien komt het er ook vandaag op aan om, in de geest van de Ignatius van Loyala, God te vinden in alles. En af en toe samen te komen in een huis, waar wij als zoekers, misschien als zieners onze harten verwarmen en van toekomst gaan dromen, waardoor een beweging ontstaat die zich door niemand inperken laat.


[1] Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kruistocht

[2] Overgenomen uit Anton De Wit, Van klokken en klepels. Een katholiek antwoord op kerkelijke controverses, Tielt (uitg. Lannoo), 2011, pp. 161-163

[3] Harold S. Kuschner, Geroepen om te leven, Baarn (uitg. Ten Have), 1988

[4] Frank Mulder, Soms is het tijd om te vluchten, maandag 16 april 2026
 https://karavaanderzotten.nl/soms-is-het-tijd-om-te-vluchten/

[5] Zie Kerk en Leven, 29 april 2026. Het artikel is ook te raadplegen op Otheo
 https://www.otheo.be/artikel/theoloog-jan-loffeld-de-mens-stelt-zich-andere-vragen-dan-vijftig-jaar-geleden