Dopen neemt reeds in het prille christendom een centrale plaats in. Toch is er iets merkwaardigs aan de hand. Marcus besteedt wel geteld drie verzen aan de doop . Lucas, geïnspireerd door Marcus en de Quelle, een verondersteld gemeenschappelijke bron voor Lucas en Matteüs, doet niet beter: drie verzen. Matteüs besteedt er vijf verzen aan . En Johannes, in zijn eigen stijl, spant de kroon met zes verzen. Hoe kan het, dat een op het eerste zicht een belangrijk gebeuren, maar zo weinig aandacht krijgt? De evangelisten waren er zich van bewust dat dit gegeven niet onvermeld kon blijven, maar toch deinzen ze er blijkbaar voor terug om hierover uitvoerig te schrijven.
Hoe summier beschreven ook, Jezus’ doopsel openbaart ons ten volle wat in de hele kerstcyclus aan het licht kwam, en bevat tegelijk zijn hele verdere levensloop. Identiteit en bestemming, roeping en zending, beide polen van Jezus’ mysterie als mens gekomen van Godswege, treden hier krachtig samen op. De toon is gezet: kijk, luister en doe maar wat hij u zeggen zal. Er staat iets groots te gebeuren.
